Mijn tips
- Door de intense zon en schaarse waterbronnen is het cruciaal om altijd minstens 2,5 tot 3 liter water mee te nemen.
- Draag wandelschoenen met een gripvaste zool, want de paden bestaan vaak uit ruig, losliggend vulkanisch grind.
- Kleed je in verschillende lagen, omdat het weer op hoogte snel kan omslaan van zonnig naar winderig en mistig.
- Vertrouw voor de route op de gedetailleerde GPS tracks van The Canary Trail.
- Geniet van de immense rust in het UNESCO gebied, laat geen sporen achter en wees discreet in de bergdorpjes om het erfgoed te respecteren.
Hoe The Canary Trail mij een Gran Canaria liet zien dat niemand kent
Je kent het wel: gouden stranden, drukke boulevards en eindeloze rijen resorts. Dat is het beeld dat de meeste mensen hebben van Gran Canaria. En eerlijk, de zuidkust is ook gewoon ideaal als je vooral zon wil en even niets moet.
Maar als je daar blijft hangen, mis je echt waar dit eiland sterk in is. Gran Canaria heeft veel meer lagen. Het is zo’n plek waar je in een paar uur van droge, bijna woestijnachtige vlaktes vol cactussen naar frisse, groene dennenbossen kan gaan. Precies daarom noemen mensen het wel eens een mini continent: alles ligt dichtbij, maar het voelt alsof je telkens in een compleet ander landschap terechtkomt.
Een roadtrip is een toffe manier om die variatie al eens te proeven, omdat je makkelijk van must sees naar verborgen plekken rijdt. Alleen… als je het eiland écht wil voelen, moet je op een bepaald moment die auto gewoon parkeren.
Want te voet komt Gran Canaria pas echt binnen. Dan merk je hoe vulkanisch en ruig het binnenland is, hoe stil het wordt zodra je weg bent van de drukte, en hoe snel je hoofd mee vertraagt met je stappen. Dat is wat The Canary Trail mij gaf: een onbekend, puur Gran Canaria, ver weg van het toeristische ritme.
Waarom The Canary Trail begint waar de resorts stoppen
Voor mij was het meteen duidelijk: dit is het soort Gran Canaria dat ik zocht. The Canary Trail is geen “leuke wandeling”, maar een echte duik in het ruige binnenland. Alles aan de route voelt bewust gekozen. Niet om zoveel mogelijk plekken af te vinken, maar om je langs de meest spectaculaire én minst bezochte stukken van het eiland te trekken.
Het strafste is hoe snel je in een andere wereld zit. Je laat de kust achter je, en een paar uur later wandel je tussen dennen en bergkammen, met een totaal andere lucht, temperatuur en sfeer. Dit is geen fantasie, dit is de realiteit van het ruige binnenland van Gran Canaria.
Onderweg loop je over de oude caminos reales, de Koningspaden die eeuwen geleden dorpen met elkaar verbonden. Paden waar vroeger handel en post passeerden, en waar je vandaag nog altijd voelt dat dit niet zomaar “een route” is. Het heeft iets historisch, iets doorleefd. Alsof je niet alleen door natuur wandelt, maar ook door het verhaal van het eiland.
En dan die contrasten. De ene dag wandel je door de Barranco de Guayadeque, met grotwoningen die letterlijk in de rotswand zitten. De volgende dag sta je op de Cumbres, de hoogste toppen, en kijk je uit over een wolkendeken onder je alsof je boven het eiland zweeft. Dat moment waarop het stil wordt en je alleen de wind hoort… dat is echt verslavend.
Wat The Canary Trail zo goed doet, is die mix: fysiek uitdagend, maar tegelijk vol kleine cultuurmomenten die je normaal gewoon mist als je “even gaat wandelen”. Je verandert niet alleen van landschap, maar ook van perspectief.
De onverwachte schoonheid van het binnenland van The Canary Trail
Als je Gran Canaria zegt, denken veel mensen meteen aan zand. Maar het echte hart van het eiland is iets helemaal anders: rots, aarde en verrassend veel groen. Hier voelt de natuur rauw en groots, alsof alles nog net iets wilder is dan je had verwacht. En dat vulkanische karakter zie je letterlijk overal terug. In de kleuren van de rotsen, in het losse grind onder je voeten, in de vormen van de valleien. Je hoeft niet te zoeken naar “het mooie stuk”, je wandelt er gewoon doorheen.
Een van de delen die mij het meest is bijgebleven, is de route rond Roque Nublo. Die rots staat er zo iconisch dat je bijna zou denken dat het een soort decorstuk is. Maar als je er echt wandelt, snap je meteen waarom het zo’n betekenis heeft. Het is een nationaal monument, en voor de oorspronkelijke bewoners was dit gebied ook een heilige plek. Dat voel je. Niet omdat er ergens een bordje staat, maar omdat het landschap iets heeft dat je stil krijgt.
En dan dat moment tegen zonsondergang… wanneer je staat te kijken en in de verte Tenerife ziet liggen, met El Teide die als een schaduw uit de oceaan oprijst. Je krijgt zo’n gevoel van “amai, ik ben hier echt maar een puntje”. Op de beste manier. Zo’n ervaring die blijft plakken, lang nadat je thuis je rugzak hebt uitgepakt. Hier zijn de paden geen simpele lijnen op een kaart, het zijn verhalen in steen en aarde.
Fun fact: Het binnenland van Gran Canaria, met onder andere Risco Caído en de Heilige Bergen, staat op de UNESCO Werelderfgoedlijst. Net die unieke mix van natuur en cultuur maakt dit gebied zo bijzonder.
Wat ik ook fijn vond: The Canary Trail is zo uitgestippeld dat je dit soort plekken niet alleen “even meepikt”, maar echt beleeft. Zonder dat je ’s avonds nog uren moet puzzelen met kaarten of routekeuzes. Je doet gewoon waar je voor kwam: wandelen, kijken, voelen.
Een culturele duik: proeven en slapen op The Canary Trail
Wat The Canary Trail voor mij echt speciaal maakt, gebeurt vaak pas nadat je je wandelschoenen uitdoet. Elke dag eindig je niet in een anonieme hotelblok, maar in kleine bergdorpjes waar het ritme vanzelf trager wordt. Je slaapt in casas rurales of andere kleinschalige, lokale accommodaties, van die plekken waar je meteen voelt: hier ben je geen nummer, hier ben je gewoon te gast.
Een van mijn favoriete stops was San Bartolomé de Tirajana, of zoals de locals het noemen: Tunte. Het is zo’n dorp dat aanvoelt als een kruispunt in het binnenland. Niet druk, wel levendig op een rustige manier. Je wandelt er binnen en je ziet meteen die kerk van San Bartolomé boven de vallei uittorenen, alsof ze al eeuwen de boel samenhoudt. Alles ademt er dat traditionele, langzame leven waar je zelf na een paar dagen trail automatisch in mee glijdt.
En dan het eten. De lokale keuken is simpel, maar verrassend lekker. Je proeft er echt die mix van invloeden, en als je ergens in het binnenland zit, loont het om bewust lokaal te kiezen. In Tunte kwam ik uit bij wijnen van hoger gelegen terrassen, samen met typische gerechten zoals pata asada, en gewoon vers fruit dat ineens veel beter smaakt na een wandeldag. En als je één ding moet proberen: queso de flor, die geitenkaas uit de bergen. Vaak gerookt of gerijpt, en echt zo’n smaak die je bijblijft.
Maar het mooiste zijn misschien de mensen. In het binnenland leven locals nog op een rustig, traditioneel ritme, en je merkt dat wandelaars daar nog altijd wat nieuwsgierigheid opwekken. Een glimlach en een simpele hola doen veel. Soms blijft het bij een kort praatje, soms krijg je ineens een tip of een verhaal dat je nergens online vindt. Dat menselijke contact maakt die “onbekende” kant van Gran Canaria pas echt tastbaar, en het is voor mij een van de dingen die The Canary Trail zo hard doet binnenkomen.
De vrijheid van het pad: wat The Canary Trail je leert
Uiteindelijk draait deze week niet alleen om wandelen van punt A naar punt B. Het gaat vooral om wat er onderweg met je gebeurt. Je onthaast vanzelf. Je laat die dagelijkse routine los, omdat je dagen ineens heel simpel worden.
En net in die eenvoud schuilt het mooiste. De hooglanden zijn er zó stil dat je de stilte bijna kunt horen. En onderweg hangt geregeld de geur van retama, een Canarische struik, die die droge berglucht meteen dat herkenbare Gran Canaria gevoel geeft. En dat moment waarop je een klim afrondt en bovenkomt, niet met vuurwerk, maar met zo’n rustige voldoening die je alleen krijgt als je er zelf naartoe gewerkt hebt.
Voor mij is The Canary Trail daardoor meer dan een route. Het voelt als een reset. Je beseft opnieuw hoe absurd gevarieerd een plek kan zijn, zelfs een eiland dat veel mensen denken te kennen. En eerlijk: als je Gran Canaria écht wil meemaken, dan is dit de manier. Niet vanuit een ligstoel, maar te voet, door het ruige binnenland.
Ik kan het alleen maar aanraden om het zelf te doen. Want je komt sowieso thuis met een ander verhaal dan iemand die alleen de resorts heeft gezien.
Wat er blijft hangen na een week op The Canary Trail
Na een week op de trail voelde ik me echt herboren. Mijn hoofd was leeg, mijn benen waren moe, maar vanbinnen was ik helemaal opgeladen. Zo’n goeie vermoeidheid, waarbij je voelt dat je dagen precies juist gevuld waren.
Wat me vooral bijbleef: The Canary Trail gaf me niet alleen een andere blik op Gran Canaria, maar ook op reizen in het algemeen. Het draait niet om luxe of snelheid. Het draait om diepgang en verbinding. Met het landschap, met het ritme van je dagen, en eerlijk ook een beetje met jezelf.
Als je op zoek bent naar een wandelweek die echt blijft hangen, dan is dit een topper. The Canary Trail loodst je door dat mini continent van Gran Canaria op de strafste manier: te voet, stap voor stap, met tijd om alles echt binnen te laten komen.